Duits

Duits woordjes leren

Duits lijkt genoeg op Nederlands om de betekenis te raden, en precies daar gaat het mis bij een proefwerk. Wat je echt moet kennen is het lidwoord, het meervoud en de spelling met umlaut of scharfes s.

Bijgewerkt 18 sep 2026

Der, die of das hoort erbij

Zet in je lijst "das Haus" in plaats van "Haus". Het lidwoord bepaalt later welke naamval je nodig hebt, dus als je het nu overslaat, loop je er bij de grammatica tegenaan. Leer het meervoud er meteen bij als je boek dat geeft: "das Haus, die Häuser".

Umlaut en ß

De ä, ö, ü en ß zijn geen versiering: ze veranderen het woord. Onder het invoerveld staat een balkje met precies deze tekens, zodat je ze zonder gedoe kunt intikken. Werk je vanaf een foto uit je boek, dan komen ze automatisch goed mee.

Uit je eigen methode

Neue Kontakte, Na Klar, TrabiTour, Salzgitter Heute of Zugspitze: kies je boek en zet er per lijst het kapitel bij. Dan staan je lijsten geordend zoals je ze in de les tegenkomt.

Van Nederlands naar Duits

Omdat de talen op elkaar lijken, is het verleidelijk om bij meerkeuze het antwoord te herkennen zonder het te kennen. Oefen daarom vooral in de richting van Nederlands naar Duits en gebruik typen. Dan merk je meteen of je "das" of "der" in je hoofd had.

Veelgestelde vragen

Moet ik het meervoud ook leren?

Als je boek het geeft wel. Zet het achter het woord, dan leer je het in één moeite door. Bij een proefwerk wordt er vaak naar gevraagd.

Hoe typ ik ä, ö, ü en ß?

Gebruik het tekenbalkje onder het invoerveld, dat staat bij Duitse lijsten automatisch klaar. Zelf typen kan ook: de toetscombinatie staat bij elk teken.

Kan ik naamvallen oefenen?

Ja, met een lijst van het type Vragen en antwoorden. Zet de zin met een gat als vraag en het juiste woord als antwoord.

Begin met Duits

Maak een lijst van je boek en oefen met der, die en das erbij.